Tags

, , , ,

’s Morgens vroeg ziet men ze hier al. Vervolgens zitten ze er soms de hele dag: de Vogelspotter – een sub-species van de homo sapiens.
Hij nestelt zich bij voorkeur rond zonsopgang op een dijk. Vanuit grote kijkers wordt de omgeving bespied. Soms ziet men een exemplaar alleen of een stelletje, maar het meest ziet men zwermen mannetjesexemplaren. Graag dragen ze camouflagekleuren – groen, bruin of woestijnmotief – maar ondanks dat zijn ze gemakkelijk te identificeren. Onder hun arm of voor hun gezicht dragen ze namelijk opzichtige kijkers, en ze wagen zich nooit in de nabijheid van het water. De Vogelaar is een landdier.

Ik verblijf sinds een week in een huisje aan het Zuidlaardermeer en maak er daar gebruik van om deze interessante soort te bestuderen. Meestal staan de vogelspotters – niet te verwarren met de spotvogel – uren eindeloos te turen zonder enig geluid te maken. Soms wordt een van de weinige aanwezige vrouwtjesexemplaren gelokt met de kenmerkende lokroep ‘koffie!’ maar meestal beperkt de zang van de Vogelspotter zich tot een fluisterend ‘Porseleinhoen…’ of ‘Kemphaan!’

Het Zuidlaardermeergebied is eigenlijk heel saai. Het zit er vol met vogels en vooral muggen. Je ziet er hoofdzakelijk ganzen, maar ook reigers en een enkele zeearend die zich op zijn prooi stort. Niets bijzonders eigenlijk ware het niet dat de Vogelspotter – en eigenlijk meer zijn hele species Homo Sapiens – op grote schaal dit oorspronkelijke landschap heeft omgezet in een rotslandschap omgeven door groene woestijnen.

Ooit was de hele wereld zoals dit plekje bij het Zuidlaardermeer, maar zelfs de Waddenzee – vroeger een landschap waar je moest uitkijken om niet op een platvis te stappen – is tegenwoordig weinig meer dan een kale zandbank. Wat de Vogelaars hier bijeendrijft is dat je er hier bij het Zuidlaardermeer aan herinnerd wordt hoe het miljoenen jaren lang was; die soortenrijkdom, en hoe iedere vierkante meter van de planeet aarde ooit krioelde van het leven.

Zeearend stort op prooi bij het Zuidlaardermeer. Foto: Marco in t Veldt

Hoewel de Vogelspotter wordt aangelokt door deze soortenrijkdom, voelt hij zich er ook door bedreigt. De Vogelaar weet zich hier buiten zijn natuurlijke habitat. Daarom verzamelen de zwermen Vogelspotters zich bij voorkeur rond een van de objecten waarmee hij de natuur kan vernietigen: de auto.
Men ziet de Vogelaars vaak als steltlopers rond rijen van auto’s scharrelen, die in files op de dijk naar het meer opgesteld staan. Hoewel de auto vaak een rol speelt bij het baltsgedrag van de homo sapiëns, ziet men dat bij de Vogelaar minder. Nee, de nabijheid van zoveel staal en kunststof dient er voor om de Vogelaars het veilige gevoel te geven dat hij hier ieder moment weer weg kan, en alleen door die gedachte houden ze het hier geruime tijd uit. Tot de avond valt en de muggen massaal uitrukken. De aanwezigheid van zoveel natuur tegelijk houdt zelfs de Vogelaar niet uit. Hij zoekt zijn hol op om te foerageren.

De vogelaar is daarom een trekkende soort, een die ’s nachts zijn nest opzoekt in een van zijn betonnen holen, in zijn zelf gecreëerd rotslandschap. Daardoor heeft de natuur rond het meer alleen ’s avonds en ’s nachts vrij spel. Tot het daglicht weerkeert en het gebrom en geknal van auto’s – gehuld in wolken stof – de terugkeer van de zwermen Vogelaars aankondigt.

 

 

 

Advertisements