De man aan de andere kant van het bureau kijkt me doordringend aan. Ik ben twintig jaar en zit voor het eerst in een sollicitatiegesprek. Stamelend probeer ik te antwoorden, tijd te rekken, omdat ik ondertussen probeer te bedenken wat eigenlijk in godsnaam het belang is van deze vraag in een sollicitatiegesprek.

-Wat ik ‘s avonds doe? Nou, ik spreek vaak af met vrienden, antwoord ik. Of ik lees.

Meteen spuwt de man de volgende vraag uit. Wát ik dan lees? Vakbladen?

-Nou nee, geschiedenis en literatuur.

In de ogen van de interviewer lees ik iets van walging.

Zo gaat het sollicitatiegesprek nog een tijd door, tot het onvermijdelijke einde:  ‘U hoort nog van ons.’

 

Het is is 1982, en ik heb net de MTS-elektronica afgerond met goede cijfers. Ik word niet aangenomen. Ik wordt nergens aangenomen. Het is crisis. Maar het is niet alleen de crisis. Het is de terreur van ‘Leuk.’

Het begon vier jaar eerder zo goed. Na mijn MAVO had ik geen idee wat voor opleiding ik zou gaan doen, maar gelukkig had ik vrienden. Via hen belandde ik op een open avond van de MTS. “Ja, het vak van de toekomst,’ vertelde me een leraar wervend. Dus koos ik voor de toekomst. En vooral: ik koos voor een vak waar ik werk in zou vinden. Dat leek een verstandige keuze maar het bleek een grote vergissing, want welke werkgever zit nou op een verstandige keuze te wachten?

 

Vier jaar later was de toekomst al weer voorbij, en zeker voor mij. Werk in de elektronica heb ik nooit gevonden, want ik maakte een heel grote fout tijdens de sollicitatiegesprekken. Het duurde lang voordat ik er achter kwam welke.
‘s Avonds las ik. En in het weekend ook wel eens. Fout!

 

In zijn vrije tijd dient de solliciterende MTS’er Elektronica – na een hele dag solderen en andere elektronica-activiteiten – zich meteen achter de hobbytafel te begeven. Daar worden versterkers van de buren gerepareerd, antwoordapparaten vol omgevallen koffie (‘Ja, echt ik heb geen idee waarom hij het niet meer doet, hij hield er opeens zomaar mee op.’) hersteld, of illegale zenders in elkaar geknutseld. Maar nooit – nee nóóit! –  zal de elektronicus in spe ‘s avonds lezen, of iets anders doen dat niets met zijn vak te maken heeft.

(Intermezzo)

Ooit was beroepskeuze gemakkelijk. Je kreeg het beroep van je vader. En bijna altijd was die boer. Ambten waren net zo erfelijk als geld en huizen. Niemand die je vroeg of je je werk Leuk vond. Mensen deden nooit iets leuks maar waren gelukkig. Ze putten er eer uit, dat ze een vak al generaties lang uitoefenden, en waren trots op hun plichtsbesef en dienstbaarheid.  Vaak werd de familienaam er zelfs van afgeleid. Familie De Boer. Of Mulder (molenaar),  Meijer (maaier) of Scholten (schout). Een eenvoudige namen die met trots werden gedragen.

Hoe het komt dat er in ons land zoveel mensen Koning heten is me trouwens niet duidelijk, maar volgens mij is Koning tegenwoordig nog het enige erfelijke beroep in Nederland.

(Einde Intermezzo)

Voor ons gewone moderne mensen valt er dus niet meer aan te ontkomen: de terreur van de beroepskeuze. De terreur van Leuk.

Het begon al in mijn schooltijd. Nog voordat ik enig besef had van hoe de wereld in elkaar zat, kwamen er mensen speciaal in je klas vertellen dat ik iets moest gaan doen dat Leuk was. Maar wat was Leuk? Eerlijk gezegd was het nog nooit in mij opgekomen dat werk leuk was. Ja, buitenspelen. Of lezen. Maar kun je daar geld mee verdienen? ‘Wat wil je worden?’ ‘Buitenspeler of Lezer!’

 

Voor mijn vijfentwintigste – en ik ben eerlijk – had ik nog nooit iemand ontmoet die over zijn werk praatte alsof dat leuk was. Nee, op verjaardags- en familiefeestjes ging het over de zure chef, de pietluttige baas en nog heel veel meer vervelende aspecten van het werk, maar niemand vertelde me ooit dat hij zijn werk leuk vond.

Kortom: tot mijn vijfentwintigste dacht ik dat werk net zoiets was als school: je doet het omdat het moet. Dus ronde ik netjes maar niets vermoedend mijn school af met goede cijfers, en verwachtte mijn carrière op dezelfde manier voort te zetten, maar dan in een betaalde baan. Fout.

Opeens kwam ik in een situatie dat mensen van je verwachten dat je werk Leuk vind. Dat je het zó Leuk vind, dat je er zelfs in je vrije tijd steeds mee bezig bent. Niemand die me ooit bij sollicitatiegesprekken mijn cijfers vroeg, getuigschriften, die me vroeg naar plichtsbesef en andere ouderwetse verdiensten. Nee, ze wilden er allemaal achter komen of ik elektronica Leuk vond.  En gewoon Leuk was niet genoeg. Nee, het moest je complete levensinvulling zijn.

 

Om kort te gaan: het is nooit wat geworden tussen mij en de elektronica. Na enkele jaren werkeloosheid en de nodige frustrerende sollicitaties besloot ik dat ik iets anders moest gaan doen, om tegemoet te komen aan de wensen van werkgevers. Ik moest iets Leuks gaan doen. Dat werd de studie Geschiedenis. Toen ik er mee begon, wist ik natuurlijk dat er geen werk in was, er zijn in Nederland net zoveel historici werkzaam als er jaarlijks worden opgeleid, maar in ieder geval had ik dan een goed verhaal bij sollicitatiegesprekken: ik vond het Leuk.

Ik heb twee jaar als historicus mogen werken, en ik moet zeggen: Leuk. Erg Leuk! Helaas hield het daarmee op. En dan kom je in het circuit van mensen die je gaan ‘bemiddelen naar werk.’ Niemand die je daar ooit vertelt waar er behoefte aan is op de arbeidsmarkt, wat werkgevers zoeken. Nee, ook daar staat maar één vraag centraal: ‘Wat zou je zélf echt graag willen doen, de rest van je leven? Wat vind je echt Léuk?’

 

Als je tegenwoordig scholier bent is het trouwens veel gemakkelijk. Alle opleidingen zijn leuk. Dat zeggen ze zelf. Vooral als ze een Engelse naam hebben, en een samenvoeging zijn van minstens drie vakgebieden: ‘Kies vooral voor een leuke opleiding: Podiumtechniek en Art & Design.’

De opleiding Leisure & Hospitality, is  zelfs ‘griezelig leuk’ volgens de aanbieder. Soms zijn ze ook nog Tof of Chill!

Natuurlijk zorgen scholen er tegenwoordig voor dat hun opleiding Leuk is, want dan trek je veel leerlingen en houd je als leraar dus je baan. Vooral Communicatie is erg leuk. Zo Leuk dat je het op steeds meer opleidingen kunt doen, in de meest onwaarschijnlijke combinaties van vakken en op alle niveaus. Er zijn in Nederland inmiddels zo’n éénentwintig communicatieopleidingen en als de je aanverwante studies meetelt al snel zo’n honderdveertig.

 

En ze worden steeds leuker, want als je opleiding niet leuk is, krijg je negatieve reviews online. Daarmee verlies je misschien potentiële leerlingen en dat is niet Leuk, want dan verlies je misschien je werk als leraar of schoolhoofd. Dat zit inmiddels wel goed, want in de reviews die ik vind, zijn leerlingen dolenthousiast over hun opleiding.

Leukste aspect: hij is helemaal niet moeilijk! Je kunt er van alles naast doen in je vrije tijd: “Pas nu in het vierde jaar heb ik het idee dat ik wat leer, tof.”

 

Er zijn ondertussen meer ZZP’ers die zich communicatiedeskundige noemen dan sterren in onze melkweg, want bijna iedereen vindt hetzelfde leuk, dus werk zul je er niet mee vinden. Je wordt waarschijnlijk heel lang werkeloos of gaat werken voor een habbekrats.  Dan denk je weemoedig terug aan je opleiding: die was pas Leuk!

 

 

Ps. Om over na te denken: zeventig procent van de werknemers in Nederland vindt zijn werk niet leuk. Tachtig procent van de ZZP’ers zegt nooit meer voor een baas te willen werken, ook al verdienen ze als zelfstandige vaak minder dan het minumumloon.

Advertisements