Tags

, , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Winkel van Aldert Meijer, later van Wed. A. Meier in de Nassaulaan 25 in Bussum. Ingekleurde Ansichtkaart, rond 1900

Winkel van Aldert Meijer, later van Wed. A. Meijer in de Nassaulaan 25 (tegenwoordig: 25a)  in Bussum (aan de rechterzijde met handkar). Ingekleurde Ansichtkaart, rond 1900

Rond 1900 ontwikkelde de Nassaulaan zich tot de belangrijkste winkelstraat van het snelgroeiende dorp Bussum. Met drie of vier winkels speelde de familie Meijer daar geen onbelangrijke rol in. Er is echter nog nooit iets over die geschiedenis geschreven. Vier kinderen uit een kapiteinsgezin uit Nieuwendam vestigden zich rond 1884 in de laan en begonnen er een kruidenierszaak, een bakkerij en een limonadefabriek. 

(n.b. Als u op de foto’s klikt, krijgt u ze op volle grote te zien).

Drie generaties Alderts

Mijn moeder Lydie Meijer komt uit Bussum. Haar vader Aldert groeide op in een winkel in de Nasssaulaan. Diens vader noemde zich Aldert jr., omdat zijn vader ook al Aldert heette. Kapitein Aldert Jacobs Meijer, om precies te zijn. Drie generaties Aldert na elkaar dus, in een familie waarin al meer dan tweehonderd jaar iedere generatie zijn Aldert heeft. Dat maakt het de schijver van een familieverhaal niet gemakkelijk.

Mijn overgrootvader stierf toen mijn opa vijf was, en de winkel werd voortgezet door zijn vrouw, mijn overgrootmoeder Cornelia Groot. Behalve een enkele opmerking van mijn moeder over haar ouders, weet ik niets van die hele familiegeschiedenis. Wat ik er van hoor blijft beperkt tot opmerkingen van mijn moeder, zoals: “Mijn vader heeft zijn vader nooit gekend. Hij groeide op bij zijn moeder in de winkel.”

Mijn opa heb ik nooit gekend, en op zijn beurt, kende hij zijn weer vader niet. Er was dus niet echt een familiestructuur waarin verhalen voortleven. De hele familie Meijer komt tot nu toe ook niet voor in de geschiedschrijving van Bussum, het lijkt alsof ze nooit bestaan heeft, hoewel er daar een historische vereniging actief is en er de nodige boeken over Bussum bestaan.

Terwijl ik mijn familiegeschiedenis uitzoek kom ik iets te weten over deze periode, die zich afspeelt tussen 1877 en 1931. Mijn onderzoek startte met een schilderij van het schip van kapitein Aldert Meijer (ik schreef er al vier blogs over, er volgt later nog een vijfde). Tot mijn verbazing vond ik verbluffend veel over de geschiedenis achter het schilderij, op internet en in het archief van de rederij Kaars Sijpesteijn. Maar wat gebeurt er na de dood van de kapitein in 1877 met zijn kinderen en hun familie?

Bij het opsporen van dit stuk van mijn familiegeschiedenis voel ik me een een soort archeoloog die alleen kleine puzzelstukjes vind, en daar een heel verhaal uit moet construeren. Uit namen, jaartallen, oude ansichtkaarten, advertenties en een enkel krantenberichtje moet ik een samenhangend geheel zien te maken.

Vier wezen uit Nieuwendam

Overlijdensadvertentie kapt. A. Meijer in Petersburg, Algemeen Handelsblad 27 september 1877

Overlijdensadvertentie kapt. A. Meijer in Petersburg, Algemeen Handelsblad 27 september 1877

Het verhaal van de familie Meijer in Bussum begint in 1877.  De hele familie woont dan nog in Nieuwendam. Alderts vrouw Grietje Zeilinga is in 1877 net gestorven, en Aldert zal zijn vier kinderen ongetwijfeld met tegenzin alleen hebben gelaten toen hij weer met de Piet Hein naar St. Petersburg vertrok. Maar ja, er moet geld worden verdiend en een schip moet varen. Het wordt zijn laatste reis, want op 21 september 1877 sterft hij er in een Russisch ziekenhuis.

De familie Meijer/Meyer komt oorspronkelijk van Schiermonnikoog, maar het gezin woont dan al een jaar of veertig in Nieuwendam, een dorpje dat nu deel uitmaakt van Amsterdam-Noord. Daar woont de kapitein dichter bij de reders, de afnemers en de investeerders.  Het gezin bestaat dan uit vier kinderen: Stientje, Lollina, Jacob en Aldert jr.

Op 21 september komt er dus een telegram uit St. Petersburg met slecht nieuws, vader is dood. Opeens zijn kinderen wees. Hoe is het er toen aan toegegaan in Nieuwendam?

Uit de oude doos

Op een middag, als ik mijn moeder bezoek, haal ik met haar een grote messing kist tevoorschijn, waarin haar vader zijn foto’s bewaarde. Opschrift: A. Meijer. Het moet de kist zijn geweest waarin de kapitein ooit zijn documenten bewaarde aan boord van het schoenerschip de Piet Hein. Van al die documenten is echter niets bewaard gebleven. Mijn opa heeft de kist wel als archiefdoos gebruikt, maar er zitten alleen foto’s van hemzelf en zijn moeder in. En mijn moeder heeft het zo gelaten als ze het ooit vond.

Samen met mijn moeder kijk ik de inhoud nu langzaam door. De foto’s van haar vader, Aldert Meijer. Ik heb de inhoud van de kist nog nooit bewust gezien. Ik kijk daarom vol verbazing, het lijkt wel een schatkist! Opeens krijg ik beelden bij anekdotes.

Het begint met een foto van een winkel. “Dat was de winkel van je overgrootvader. Zijn zussen hadden een kruidenierszaak voor hem gekocht.”

Winkel van de Wed. A. Meijer, Nassaulaan 25 in Bussum, rond 1905

Winkel van de Wed. A. Meijer, Nassaulaan 25 in Bussum, rond 1905.

Op de foto zie ik een eenvoudige doch stijlvolle winkel met een aantal bezorgers er voor, leunend op hun bezorgfietsen. Boven de gevel in grote (gouden?) letters: Sigaren uit het magazijn van W. G. Boele Senior. Het pand heeft twee voordeuren. Boven de voorste hangt het straatnummer: 25. Boven de rechter deur hangt een prachtig bord: ‘Hofleverancier.’ Dat hoort nog bij de sigarenreclame.

Als ik op internet ga zoeken, kom ik er achter dat er veel meer exemplaren van deze ansicht zijn. Rond 1900 werden er veel ansichtkaarten gemaakt van bekende plekjes in Nederland, en mensen verstuurden die graag. De Nassaulaan in Bussum was zo’n bekend plekje. De historische vereniging van Bussum heeft een prachtige verzameling van oude ansichtkaarten van Bussum op haar website staan, waaronder veel van de Nassaulaan. Probleem: overal waar ik deze foto tegenkom wordt de winkel ten onrechte toegeschreven aan de heer W. G. Boele Senior. Men verwart de sigarenreclame met de naam van de winkel.

Een tweede keer kijk ik nog eens beter naar de foto. Uit het raam boven de winkel zie ik een vrouw uit het raam kijken. Mijn overgrootmoeder Cornelia Groot. En als ik met een loep kijk zie ik iets vreemds. op de fietsen staat J. Meijer. Klopt er iets niet? Dit was toch de winkel van A. Meijer?

Nassaulaan, met links nr 25, de winkel van Wed. A. Meijer

Nassaulaan, met links nr 25, de winkel van Wed. A. Meijer, met een man in witte jas in de deur.

Een volgende ansicht die ik met mijn moeder bekijk,  is ook beschreven. ‘Beste Johan, ik zend je maar vast een briefkaart dan hoor je vast dat wij allen goed in orde zijn. Je herkent deze buurt wel, nietwaar? Hoe maak jij het.  Ik hoop van goed. Van tante M heb een brief gehad, hé. Je boeken zijn in goede welstand aangekomen. De vracht zal wel in orde komen hoor, je hebt al zoo dikwijls wat gestuurd. Den volgende week krijg je een portret van Alli, of heeft tante M. je er al een gestuurd? Hartelijke groet, Cor.

Over de namen moet ik denken. Wie tante M is weet mijn moeder niet, maar Cor? “Dat moet Cornelia zijn, je overgrootmoeder,” licht mijn moeder toe. Over de kaart zelf kan ze weinig zeggen, want ze is zo goed als blind. Maar die buurt herken ik inmiddels van de vorige foto. Het is de winkel van tante Cor, oftewel de Wed. A. Meijer, zoals ze publiekelijk bekend wordt in de advertenties die ze plaatst. Een fatsoenlijke vrouw werkt immers niet, zonder goed excuus. En het overlijden van je man is het enige excuus dat Nederlandsche vrouwen toen hadden om een eigen bedrijf te hebben.

Het opschrift van Cornelia ontroert me iedere keer als ik het lees. Hoe simpel ook, het is eigenlijk het enige persoonlijke wat ik van een hele groep mensen zal vinden. Een hele generatie mensen die familie van me is.

Vier kinderen uit een gezin

De vier kinderen uit één gezin Meijer, met hun aangetrouwde partners lijken een hechte groep te vormen. Ze komen uiteindelijk allemaal naar Bussum.

De oudste dochter is Stientje. Zij trouwt met Gerardus Hendrikus Dijkhuis. Haar jongere zus Lollina trouwt met Johannus Hendrikus Dykhuis. Jacob Meijer trouwt met Jacoba van Steenderen, en jongste zoon Aldert Meijer trouwt dus met Cornelia Groot.

De oudste zus is waarschijnlijk net het huis uit als haar vader in september sterft. De 29-jarige Stientje (12 april 1848- 1893)  trouwt op 8 juli 1877 met Gerardus Hermannus Dijkhuis. Deze stuurman is de zoon van een koopman die aan het Oosterdiep in Veendam woont. Zijn vader is Hinderikus Luppes Dijkhuis (1814-1886). Diens vader Luppo Klaassens Dijkhuis staat in het register voor hoogstaangeslagenen van de regio Westereems. Zo heet het gebied Groningen, Drenthe, Ostfriesland, onder de Franse bezetting. Opa is dus een van de duizend rijkste mensen uit het gebied, en een welvarend man.

de Tijd 13 7 1778 cargalijst G.H. Dijkhuis

Uit de Javabode van 13-10-1877: G. H. Dijkhuis is kapitein op het schip Noordzee-kanaal.

Uit de Javabode van 13-10-1877: G. H. Dijkhuis is kapitein op het schip Noordzee-kanaal, en vaart naar Soerabaia in Nederlandsch-Indië.

Gerardus heet in het dagelijks leven natuurlijk gewoon Gerard. Als ik hem opspoor in de scheepsberichten van 1877/1878, blijkt hij net kapitein te zijn geworden. Hij vaart op een schip vol Indische suiker dat is genoemd naar het gloednieuwe kanaal naar Amsterdam: de Noordzee-Kanaal. Het is een driemastbark van 731 ton, gebouwd bij Meursing in Nieuwendam, die ook de schepen van kapitein Aldert Meijer bouwde.

(In de onovertroffen scheepsindex van Piet heeft dit schip inderdaad twee jaar geen kapitein, dus ik informeer hem. Even later staat Dijkhuis er bij. Bedankt Piet, want een geweldige site, waar ik al veel aan heb gehad!)

Toen  het doodsbericht uit St Petersburg kwam, stonden de kinderen er dus alleen voor, zonder Gerard. De overlijdensadvertentie wordt dan ook ondertekend door Stientje, als oudste van de familie.

Ik probeer me er een voorstelling van te maken hoe dat moet zijn geweest, maar ik kom niet veel verder dan fantasie, want bronnen zijn er niet voor. Schrik, tranen, paniek. Wat moest er met het stoffelijk overschot? Hoe moest dat nu verder met de minderjarige kinderen?

De familie Meijer had een eeuwenlange familieband met de familie Zeilinga, waarvan ondertussen ook veel familieleden in Nieuwendam woonden. Zeilmaker Ede Abrahams Zeilinga was er naartoe getrokken met zo’n tien kinderen, tegelijk met kapitein Aldert Meijer.

Kapitein Aldert trouwde met één van de dochters van Ede, Grietje Zeilinga. En Grietjes broer Abraham Edes Zeilinga, trouwde met de zus van Aldert. Dubbelverzwagering heette dat, populair onder Schiermonnikogers, onder andere omdat je daarmee het geld in de familie hield.

Abraham en Aldert voeren allebei voor rederij Kaars Sijpesteijn. Andere Zeilinga’s zaten in de zeilmakerij; Jacob in Nieuwendam, Feije aan de Prins Hendrikkade in Amsterdam. En ze hadden minstens één winkeltje in Nieuwendam.

In mijn vorige blog ontdekte ik dat het Abraham Zeilinga was, die de familie Meijer in Nieuwendam moet hebben geïnformeerd over de dood van hun vader in Petersburg. Hij seinde ook dat de begrafenis in Petersburg moest plaatsvinden, dus zal de eerste zaken hebben afgehandeld voor de familie en de rederij. Ongetwijfeld zullen de Zeilinga’s verdere hulp hebben geboden aan de vier kinderen, nu zijn opeens wees zijn, maar ik vind er niets van terug.

Als Gerard Dijkhuis na meer dan een jaar terugkomt in juli 1878, is hij opeens pater familias. Hij stopt met zeilen en gaat aan wal en wordt winkelier. Waarom? Als kapitein heb je een mooi salaris, dus Gerard moet een goede reden hebben gehad om iets anders te gaan doen. Misschien had hij het gevoel dat hij niet de risico’s van het zeemansbestaan kon lopen, nu hij min of meer verantwoordelijk was voor vier kinderen.

Als tweede van de vier kinderen, trouwt Stientjes 21-jarige zus Lollina  (17 februari 1853- 1924). Zij trouwt met een andere Dykhuis, volgens de papieren.

Pas als ik een goede genealogie vindt, zie ik dat het simpel is. Lollina trouwt 14 augustus 1879 met de broer van Gerard, Johannes Hendrikus Dijkhuis. De y en  de ij zijn inwisselbaar. Daarmee vind ik ook de ‘Johan’ waar mijn tante Cor haar kaart – die ik net gelezen heb – aan stuurt.

Het nieuws van den dag 16 -8 1879 dank huwelijk johan dijkhuis en Lollina Meijer Leiden Koog aan de Zaan

Johan en Lollina trouwen in Koop aan de Zaan, terwijl nog één van hen in Leiden woont. In 1880 wordt ook de eerste zoon van Gerard en Stientje in Koog aan de Zaan geboren: Gerard Aldert Dijkhuis.

Kennelijk hebben de kinderen Nieuwendam al kort na de dood van hun ouders verlaten. Het huis moet snel verkocht zijn. Misschien hadden ze het geld nodig. Hoewel? Ik vermoed dat de kinderen een behoorlijke erfenis hadden. Bij een ‘uitdeling’ na iedere reis van de Piet Hein, kom ik bedragen van 2500 tegen die worden betaald aan de reder en de kapitein. Het is me niet precies duidelijk om welk bedrag dit gaat (investering + winst, of alleen winst?), maar in ieder geval is het vijf maal het bedrag  van 500 gulden dat de kapitein sowieso verdient op een tocht. En dat in een tijd waarop het ‘minimum loon’ rond de 6 gulden lag. Dat geld komt nu vrij.

Gerard is in die tijd volgens de trouwacte van Lollina winkelier, en Johan ‘handelaar in drogerijen.’ Hoe komen ze in Koog aan de Zaan terecht? Het is een gokje, maar de rederij Kaars Sijpesteijn waar ze veel zaken mee deden, zat in Krommenie. Op weg daarnaartoe kom je door Zaanstad en Koog aan de Zaan, dus ze kennen het stadje. Het Zaangebied is bovendien een snel opkomend industriegebied, dus daar zal werk te vinden zijn. Ik gok er op dat Gerard en Stientje al na hun huwelijk in Koog aan de Zaan zijn gaan wonen, omdat ze er zakelijke kansen kansen zagen. Lollina is misschien bij hun ingetrokken, of had er ergens een ‘betrekking.’ En dan was het dus Johan die tijdens zijn huwelijksdag nog in Leiden woonde. Omdat hij er studeerde? In het Algemeen Handelsblad vind ik een bericht dat Johan geslaagd is voor zijn examen leerling-apotheker. Maar het examen is verrassender wijze in Middelburg. Waarom in godsnaam daar? Ik heb geen idee…

Johannes Hendrikus Dijkhuis slaagt voor zijn examen als leerling-apotheker

Johannes Hendrikus Dijkhuis slaagt voor zijn examen als leerling-apotheker

Verder is er weinig van de familie Meijer in Koog aan de Zaan te vinden. Uit één berichtje blijkt dat de heren er niet stil hebben gezeten. Gerard organiseert er voor 2 september 1880 een biljartpartij in De Waakzaamheid, toen de bekendste uitgangsgelegenheid van de gemeente. Doet hij het om er geld mee te verdienen? Of is het gewoon voor de lol?

Gerard Dijkhuis organiseert een biljartwedstrijd in De Waakzaamheid in Koog aan de Zaan op 2 september 1880

Gerard Dijkhuis organiseert een biljartwedstrijd in De Waakzaamheid in Koog aan de Zaan op 2 september 1880

De Waakzaamheid in Koog aan de Zaan waar Gerard Dijkhuis in 1880 biljart organiseerde, toen en nu.

De Waakzaamheid in Koog aan de Zaan waar Gerard Dijkhuis in 1880 biljart organiseerde, toen en nu.

In 1880 zijn dus twee van de kinderen getrouwd. De zussen heten nu allebei Dijkhuis. Blijven over: de negentienjarige Jacob Meijer (6 januari 1858 – 1915) en de vijftienjarige Aldert Meijer (20 juni 1862- 17 maart 1899).

Zijn zij meegegaan naar Koog aan de Zaan? Ik geloof het niet. Jacob wordt ‘koekenbakker’ en trouwt in Amsterdam. Volgens mijn moeder was hij bakker in Amsterdam, dus dat klopt met wat ik vind. En dan blijft de minderjarige Aldert nog over. Daar hebben zijn zussen een winkel in Bussum voor gekocht, vertelt mijn moeder. Of zit het toch anders? En hoe komt het dat uiteindelijk alle familieleden in Bussum zijn overleden? 

Daarover meer in mijn volgende blog.

Advertisements