René Leegte (links) met de delegatie in het aardbevingsgebied. Foto: Annet Eveleens

René Leegte (links) met de delegatie in het aardbevingsgebied. Foto: Annet Eveleens

Het oude vrouw keek me vragend aan. In haar hand had ze een pakje papieren zakdoekjes waar ze er ééntje uit haalde. Die reikte ze me aan alsof ze die wilde verkopen.

Ik begreep het niet. Ik was zestien en voor het eerst op vakantie zonder mijn ouders. We waren in Griekenland. Bloedheet! Wat moest ik met een papieren zakdoekje? Waarom zou ik er één kopen?

Vriendelijke wimpelde ik het vrouwtje af, hoe vaak ze ook aandrong. Mijn vrienden en ik liepen door, dronken wat op een terras en winkelden. Tussen twee winkels zag ik het oude vrouwtje weer, leunend tegen een soort half ingestort pand tussen twee winkels. Zij zag mij niet maar stond voorover gebogen, ontroostbaar te huilen. Wat moest ik doen? Moest ik iets doen? Ik begreep het niet.

Op de weg terug naar onze camping legde een van mijn vrienden het aan mij uit. De vrouw was aan het bedelen. Het zakdoekje was slechts een voorwendsel, een vriendelijk gebaar om niet alleen een lege hand te hoeven ophouden.

Ik had meteen spijt. Wat was ik naïef geweest! Ik had wel terug willen gaan om haar te helpen.

Helemaal te verwijten was het me niet. Een jonge jongen uit een gewoon Nederlands middenklasse milieu. Wat had ik ooit van de wereld gezien? Ja, Nederland. En dat was toen nog een beschaafd land. Bedelende bejaarden? Daar was ik totaal niet op voorbereid. Je leven zo eindigen in pure wanhoop als zo’n vrouwtje?

Het beeld van het huilende vrouwtje is nooit uit mijn hoofd gegaan. Wat had ik kunnen doen? Een paar gulden misschien? Ik kende haar niet, wist niets van haar, en inmiddels heeft de dood haar al lang uit haar lijden verlost. Maar toch, toch is er altijd nog iets van spijt.

Inmiddels dacht ik wat wereldwijzer te zijn. Geschiedenis gestudeerd. Eén lange rij jaartallen van moord- en slachtpartijen, gewetenloosheid, onrecht en onredelijkheid.   En toch…

In de Intercity van Groningen naar Den Haag werd enkele weken geleden een Tweede Kamerlid afgeluisterd, René Leegte. Hij vertelde er na een werkbezoek, hoe hij de Groningers belazerde. Uit de buurt van de pers gebleven, en tijd rekken, rekken, rekken. Om maar zoveel mogelijk gas uit de bevende Groningse grond te kunnen halen.  Een actievoerder zet het gesprek in zes Twitters online.

Ik probeer mij dat voor te stellen. René was dus op werkbezoek en ging langs bij mensen die het water aan de lippen staat. Mensen waarvan niet alleen het huis maar ook hun leven instort. Gevangen in een problematiek die ze zelf onmogelijk kunnen oplossen. Geen misdadigers die voor iets gestraft moeten worden, die het aan zichzelf te wijten hebben, nee, gewoon onschuldige mensen zoals u en ik. Heel gewone Nederlanders die nu gesloopt worden door de stress, angst en woede. Hun huis op instorten en onverkoopbaar. Misschien stond onze René wel naast zo’n oud vrouwtje in tranen. Haar hele leven in duigen.

Leegte komt langs, knikt ja, knikt nee, toont belangstelling, veinst misschien zelfs begrip. Zou hij geraakt zijn door de wanhopige verhalen?

Nee, hij gaat in de trein een keihard zakelijk gesprek voeren over hoe je de slachtoffers nog meer om de tuin kunt leiden. Hij waant zich in de trein al weer achter zijn schreibtisch. Pappen en nathouden. Nog meer onderzoek doen, alleen om tijd te rekken. Geld belangrijker dan mensen…

Ik snap het niet.

Eenmaal betrapt legt Leegte zijn woordvoerderschap neer. Geen excuses, geen koerswijziging. Zijn Groningse partijgenoten nemen afstand van hem. De anderen niet.

En dan komt Leegte opeens terug: hij heeft spijt. Niet dat hij wanhopige Groningers heeft belazerd, nee, omdat hij geen afstand van zijn woordvoerderschap had willen doen. Kennelijk heeft hij na al die dagen tijd gevonden om die zes Twitters te lezen, en vindt opeens dat zijn woorden verdraaid zijn weergegeven.

…Echt iemand om te vertrouwen trouwens, iemand die een belangrijke beslissing neemt naar aanleiding van zes Twitters, maar niet even de moeite neemt om ze te lezen. Zo iemand vertrouw je de beslissingen over het Gronings aardgas echt toe. Maar dat ter zijde.

Ik snap het niet. Gewoon niet. Op het menselijke vlak. René, je bent toch mens? Je hebt toch een geweten?

Of niet?

Kennelijk ben ik nog steeds naïef.  Het lot van alle onschuldige slachtoffers raakt míj in ieder geval wel.

Heeft er iemand een zakdoekje voor me?

Advertisements