Tags

, , , , , , , , ,

Ik ben onlangs naar een tentoonstelling geweest die helemaal gewijd was aan een Afrikaans despoot. Sterker nog: een tentoonstelling die een despoot verheerlijkte. Kan dat in Nederland anno 2013? Om het enigszins te nuanceren: de despoot is al geruime tijd dood.

Wie aan Afrika denkt, denkt meestal aan armoede, honger, corruptie en machtsmisbruik. De onlangs ten val gebrachte dictator Khadaffi van Libië was een bekend voorbeeld, maar ook bekend zijn Jean-Bédel Bokassa –  die zich tot keizer liet kronen van de Centraal-Afrikaans Republiek –  en Félix Houphouët-Boign, die in Ivoorkust een exacte kopie van de Sint Pieter uit Rome liet nabouwen ter meerdere  glorie van zichzelf, terwijl de bevolking van zijn land verhongerde.

Zou ik naar een expositie gaan die dit soort dictators verheerlijkte? Ik denk het niet. Ik denk zelfs dat zo’n tentoonstelling in Nederland niet welkom zou zijn en dat er tegen gedemonstreerd zou worden.

In het geval van Toetanchamon blijkt dat echter anders.  Hij leefde van 1333 tot 1323 voor Christus en was farao van Egypte. Hij was onbekend tot zijn intacte graf in 1922 werd teruggevonden door archeoloog Howard Carter. In de Amsterdam Expo was dit jaar maandenlang een grote tentoonstelling aan Toetanchamon gewijd, die bezocht werd door 178.000 mensen. Daaronder schijnen veel leraren te zijn geweest die hun klas meenamen voor een aanschouwelijke geschiedenisles.

Toetanchamon is vooral bekend om zijn graf want hij is jong gestorven en snel vergeten. Het graf was echter gevuld met zo’n 3500 voorwerpen, voor een groot deel van goud en edelstenen. Ze zijn prachtig.

De echte voorwerpen liggen in het museum van Caïro en zijn zelden buiten Egypte te zien. Daarom is een groot deel van de voorwerpen vakkundig nagemaakt en trekt de wereld rond als tentoonstelling. Voor een  Egypteliefhebber als mij een must.

Veel van de voorwerpen had ik al eerder gezien, in Caïro en elders, maar wat er uniek aan deze voorstelling was, was dat drie grafkamers waren nagebouwd zoals ze gevonden waren. Ik ken die scene’s alleen van de zwart-wit foto’s die Howard Carter maakte toen het het graf aantrof. Het was prachtig om ze nu -bijna – echt te zien. Zo’n opstelling geeft toch weer een heel andere indruk dan een zwart-wit foto uit de jaren ’20. Ik genoot.

grafkamer zwart wit grafkamer toet

Knagende vragen

Toch bleef er na afloop iets aan me knagen. Was het het kitscherige karakter? Namaak blijft per slot van rekening altijd namaak, en in onze westerse opvatting dus per definitie kitsch. Nee, dat was het niet. Het was het feit dat hier een sprookje werd verteld, of erger nog, propaganda werd bedreven, dat me ernstig stoorde.

Een Afrikaanse alleenheerser die zich met tonnen goud en zilver laat begraven terwijl zijn volk honger lijdt. Hoe ethisch is dat? Kun je dat aan de Nederlandse bevolking, aan leerlingen, presenteren zonder kritische kanttekening? Ja, dat kan. In Amsterdam 2013 n. Chr.

Hoe is dat mogelijk? Is het de afstand in de tijd die ons verblind? ‘ Of is het de organisatie van de tentoonstelling die ons een sprookje wil tonen, uit schier commercieel belang?

Ik vrees dat het ingewikkelder ligt. De Egyptenaren waren niet alleen de uitvinder van de staat maar ook van de propaganda. Ze waren er meesters in, en vrijwel alles wat archeologen terugvinden stond ten dienste van die propaganda: tempels,  teksten, gebruiksvoorwerpen. Het heeft lang geduurd tot die archeologen enige afstand konden nemen, zodat ze de propaganda als zodanig herkenden.

De belangrijkste taak van de farao was  – volgens de Egyptische propaganda –  het tegenhouden van de chaos, en het bewaken van de kosmische orde. Zonder die orde dreigde er hongersnood en oorlog. Het belangrijkste onderdeel binnen die taak was het garanderen dat de jaarlijkse overstroming van de Nijl de juiste hoogte bereikte. Dat wist de farao te bewerkstelligen met het brengen van offers en het bouwen van tempels. Dat hij daarvoor rijkelijk beloond werd, was logisch.

Tegenwoordig kijken we daar wat anders tegen aan. We nemen aan dat de farao met zijn offers helemaal niet zoveel invloed had op de hoogte van de Nijloverstroming, en dat die kosmische orde vooral ten dienste stond aan hemzelf en zijn hofkliek.  ‘Orde’ hield vooral in dat de hofkliek zich zonder zorgen in weelde kon baden en dat het volk zich in haar onderworpen positie schikte.  Het gewone volk was meestal juist veel beter af als de farao niet zo machtig was, blijkt uit recent onderzoek van oude graven.  De overledenen blijken meer te eten te hebben gehad in tijden van een zwak centraal gezag. Een zwakkere farao kon immers minder belasting heffen, zodat het gewone volk meer te eten overhield.

Onder Echnaton, de vader van Toetanchamon ging dat allemaal heel erg verkeerd. Het werd namelijk nog erger. Echnaton riep zichzelf uit tot god en dienaar van de zonneschijf, Aton. Als echte despoot verwierp hij de bestaande orde, liet alle tempels sluiten en verklaarde dat er slechts één god bestond: Aton. En die had slechts één profeet: Echnaton zelf.

Tempels en graven van andersgelovigen werden massaal vernield in opdracht van de farao. Die omwenteling verstikte het hele economische leven. De tempels van de goden hadden namelijk ook een belangrijke rol als graanschuren en werkplaatsen. Echnaton sloot ze en beroofde ze van hun goud, inderdaad het goud dat we in het graf van Toetanchamon terugvonden. Het economisch systeem stortte in.

De gevolgen van Echnatons ‘nieuwe orde’ laten zich raden. Archeologen constateren dat de gewone bevolking en zelfs een deel van de adel ernstig ondervoed raakte. Buitenlandse oorlogen liepen verkeerd, het Egyptische rijk werd bedreigd en verloor buitenlandse inkomsten. Er zijn ook aanwijzingen dat het land geteisterd werd door epidemieën.

Recentelijk zijn er olijfbomen in de hoofdstad van Echnaton gevonden, en waar olijfbomen zijn, zijn Grieken. En jawel, nog recenter werden er afbeeldingen gevonden waaruit blijkt dat Echnaton zich liet omringen door Myceners uit Griekenland. Kortom, een despoot die zijn eigen volk niet meer vertrouwd, zich daarom constant laat omringen door buitenlandse lijfwachten,  en die andersdenkenden vervolgt. Het is een bekend patroon.

Ik heb genoten van de tentoonstelling, maar het blijft vreemd dat er met geen woord gerept werd over de gruwelijke werkelijkheid en de omstandigheden waaronder de bevolking van Egypte moet hebben geleefd ten tijde van Toetanchamon en diens vader. Hoe kan dat nou?

Natuurlijk, allereerst is er de propaganda uit de tijd van de farao’s zelf. Ook tegenwoordig trappen mensen er maar al te graag in, niet alleen omdat het een mooi sprookje is, maar omdat die in zekere zin goed aansluit bij het heden. Ten tijde van de vondst van het graf door Howard Carter bijvoorbeeld, was het Britse rijk op het toppunt van haar macht en het spiegelde zich graag aan het oude Egypte.

Geen Brit bijvoorbeeld, die er openlijk voor uit zou komen dat zijn land een wrede vreemde overheerser over India of Ierland was. Nee, al die veroveringen waren ten dienste van de veroverden, en alleen maar een last voor de overheersers: The Whitemans Burden. Een mooi staaltje propaganda in oud-Egyptische stijl, dat de onderdrukten pas goed doorzagen toen de onderdrukten de blanke werkelijkheid leerden kennen tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Trouwens, voor de  blanke kolonialisten waren de oude-Egyptenaren waren al helemaal geen Afrikanen, nee, ze waren hartstikke blank en voorlopers van de koloniale rijken van de negentiende en twintigste eeuw.

Daarnaast werd Echnaton door christenen van de twintigste eeuw al snel omarmd als eerste monotheïst en als proto-christen,  ‘een christen al voordat Christus op aarde kwam.’ Daar wilde Europa geen slecht woord over horen. Echnaton werd vaak zelfs voorgesteld als een soort pacifistische messias.

Inmiddels leven we echter vele, vele decennia later en heeft Egyptologisch onderzoek veel van de waarheid boven tafel gekregen, maar niets daarvan was er  terug te vinden in de expositie in de Amsterdam Expo. Ik moet zeggen dat ik daarom veel moeite had en heb met het karakter van de tentoonstelling. Het goud van Toetanchamon blijft een sprookje en de werkelijke prijs daarvan kregen de Nederlanders niet te horen.

Hoe de Egyptenaren zelf oordeelden

Peter Tabernal van Amsterdam EXPO zegt in de Volkskrant: ‘Het was fantastisch én hartverwarmend om keer op keer verwondering en bewondering over Toetanchamon en de Egyptische beschaving te zien bij het publiek.’

Ja, bewondering door het Nederlandse publiek dat een sprookje kreeg geserveerd. Maar hoe oordeelde die Egyptische beschaving over Toetanchamon en zijn vader?

Na de begrafenis van Toetanchamon was er een korte machtsstrijd, waarna er een legerleider aan de macht kwam, generaal Horemheb. Die veroordeelde de hele familie van Toetanchamon tot een damnatio memoriae. Nooit mocht er meer over de familie gesproken of geschreven worden, net zoals de Romeinen dat deden met hun slechte keizers zoals keizer Nero. En dat deden de Egyptenaren, opgelucht als ze waren dat ze van Echnaton, Toetanchamon en de hele kliek verlost waren.

De ironie is natuurlijk dat het allemaal anders liep. Juist doordat Toetanchamon werd doodgezwegen, werd zijn graf het enige  oud-Egyptische koningsgraf dat in tact werd teruggevonden.   Daarmee heeft Toetanchamon uiteindelijk toch bereikt wat hij altijd van plan was met al dat goud dat hij van de bevolking en de goden stal: onsterfelijk worden.

grafgiften toet 2

Advertisements