Paterswoldsemeer

Met mijn hond Zwabber loop ik langs het Paterswoldsemeer. Ons vaste ‘rondje met het hondje.’

Mijn trouwe gezel snuffelt dat het een lieve lust is. Haar neus hangt vaak langere tijd vlak boven de grond onder het lopen en bij ieder paaltje blijft ze staan om uitgebreid te snuffelen. Behalve als het net geregend heeft. Dan valt er kennelijk minder te ruiken.

Ik las onlangs dat een hond een miljoen keer beter ruikt dan de mens. Een miljoen keer! Dat is zoveel dat ik me er geen voorstelling van kan maken. ‘Hoe ervaart zo’n hond de wereld?’ vraag ik me wel eens af.

Voor de mens zijn het zicht, het gehoor en de tast de belangrijkste zintuigen als je zo langs het meer loopt. Je hoort de wind, je ziet de prachtige zonsondergang en je voelt je voeten neerkomen op de rottende bladeren op het pad. Allemaal heel hier en nu.

Met geur is dat anders. Ik herinner me nog goed mevrouw Douwes. Het was de tweede klas Havo. Ik heb nooit les van haar gehad, sterker nog, ik heb haar haast nooit gezien,  maar zal haar nooit vergeten. Kwamen wij het lokaal in nadat Douwes er les had gegeven, dan was het hele lokaal gevuld met een doordringende geur van parfum. Daar werden grappen over gemaakt. Veel te veel parfum. Mevrouw Douwes gaf Frans, dat had u zeker al geraden.

Douwes was allang weg uit het lokaal maar haar geur bleef, en voor ons gevoel als leerlingen was ze er de hele les bij. Wat ik er maar mee wil zeggen: geur voegt iets toe aan het hier en nu: het verleden. En soms de toekomst, als je thuis komt en nog voordat je in de keuken bent, weet wat je die avond gaat eten. De heerlijke geur van bradend vlees die je tegemoet komt.

Voor een hond moet zo’n wandelingetje langs het meer een tocht door het verleden zijn. Bij ieder paaltje ruikt ze misschien wel tientallen honden die hier hun geur hebben achtergelaten, precies op het punt waar ze van richting veranderden. Honden die dat dagen, misschien wel weken geleden hebben gedaan.

En Zwabber weet natuurlijk van de meeste geuren wie er bij hoort, want als honden elkaar tegenkomen wordt er uitgebreid gesnuffeld. Misschien ruikt ze zelfs wie hier en wanneer was. Ergens moet ze al die geuren een plekje geven in een mentale kaart. Die kaart bevat de naast de drie dimensies ook de tijd. Al die honden in een soort vierdimensionaal beeld van ruimte en tijd.

Ik heb wel eens computeranimaties gezien hoe dieren met andere soorten van ogen de wereld zien. Met facetogen zie je bijna 360 graden om je heen, en met sommige ogen zie je infrarood zoals bij nachtzichtapparatuur. Maar een animatie van hoe een hond de wereld beleeft. Is het mogelijk?

Ondertussen gaat Zwabber er als een speer vandoor. Een bejaarde dame met wandelstok in de verte. Die heeft vast brokjes in haar zak!

Of sterker nog: Zwabber wéét het, want de brokjes zijn op een kilometer afstand te ruiken. “Goed zo Zwabber, mooi zit!”

Mevrouw Poppema, want zij was het, haalt de brokjes lachend uit haar zak. “Toe maar Zwabber! En nog ééntje! Ja, nu is het genoeg!”

En verder lopen we weer, door een landschap van geuren. Met nog één vraag die in me brandt, maar aan wie moet ik hem stellen?

Als honden een miljoen keer beter kunnen ruiken dan mensen, waarom moeten ze dan toch overal met de neus bovenop staan snuffelen? Kan dat niet netjes van een afstandje?

Zwabber en Marco

Advertisements